Elke competentie krijgt een niveau: sterk, voldoende, aandacht of tekort. Ontbreekt het bewijs, dan blijft hij op onbekend staan en wordt hij niet ingevuld met een schatting.
De uitkomst per competentie is een verschil en geen cijfer. Op of boven de eis heet draagt. Eén niveau eronder heet aandachtspunt. Twee niveaus eronder heet knelpunt. Onbekend levert geen oordeel op en telt nooit stilzwijgend als "voldoet". Dat verschil staat in het kandidaatdossier in de CRM, zodat een beoordelaar zelf kan zien of hij het erg vindt.
Sterk
Voldoende
Aandacht
Tekort
Onbekend
De eis waartegen dat wordt gelegd komt niet uit een wensenlijst die een formule zelf opschrijft. Hij wordt afgeleid uit zes kenmerken van de formule. Zo kan een formule niet per ongeluk een profiel opschrijven dat op de vorige kandidaat lijkt en zo blijft het profiel kloppen als er niemand aan denkt hem bij te werken.
Zes kenmerken van de formule
| Kenmerk | Wat het bepaalt | Zo werkt dat uit |
| Exploitatiemodel | De zwaarste bepaler van wat een formule van een nemer nodig heeft | Zie de vier modellen hieronder |
| Sector | Wat het vak zelf afdwingt, los van deze formule | Zorg vraagt waardencongruentie, leiderschap en stabiliteit onder belasting op sterk |
| Leiderschapsstijl | De meest onderschatte afleiding van allemaal | Controlerend leiderschap vraagt coachbaarheid, dienend leiderschap vraagt juist eigenaarschap |
| Cultuur | Wat er in de dagelijkse omgang wordt verwacht | Een systeemcultuur vraagt systeemtrouw, een partnercultuur eigenaarschap en communicatief vermogen |
| Procesdiscipline | Hoeveel er is vastgelegd en hoeveel de nemer zelf invult | Weinig vastgelegd verlaagt de eis op systeemtrouw en verhoogt die op eigenaarschap |
| Levensfase | Waar de formule zelf staat op dit moment | Een formule in krimp vraagt financiële draagkracht en een bewuste risicohouding |
Het exploitatiemodel weegt het zwaarst en dat is te zien aan wat het uitsluit. Dit is geen voorkeur maar een eigenschap van het model: wie in een owner-operatorformule niet op de vloer wil staan, past daar niet, hoe goed hij verder ook is.
Vier exploitatiemodellen
| Exploitatiemodel | Vraagt sterk | Sluit uit |
| Owner-operator | Operationeel vermogen, leiderschap, stabiliteit onder belasting en volhardingshorizon | Wie niet op de vloer wil staan |
| Managermodel | Leiderschap en personeelsvoering plus cijfermatig inzicht | Wie alles zelf wil doen |
| Investeerder | Financiële draagkracht, cijfermatig inzicht en volhardingshorizon | Wie betrokkenheid zoekt |
| Multi-unit | Leiderschap en personeelsvoering plus financiële draagkracht | Een eerste opening |
Een eis komt in vier zwaartes: sterk vereist, voldoende vereist, aanwezig gewenst en niet van toepassing. Die derde stelt met opzet geen ondergrens; hij is prettig en niet bepalend. Raken twee kenmerken dezelfde competentie, dan wint de zwaarste eis en wordt er niets opgeteld. Optellen zou opnieuw een score maken en die bestaat hier niet.
Bij elke eis blijft staan welk kenmerk hem heeft gesteld. Dat is geen sier: een eis waarvan niemand kan zien waar hij vandaan komt valt ook niet te weerleggen en dan is tegenspraak in de praktijk verdwenen.
Bij negen paren werkt de eis omgekeerd. Biedt een formule minder opleiding, dan stelt zij juist de hoogste eis aan operationeel vermogen, want dat moet de nemer zelf meebrengen. Dat gaf een tijd lang het omgekeerde antwoord, waarbij zo'n formule op dat punt helemaal geen eis stelde. Het is rechtgezet en die negen paren geven nu geen groen vinkje meer maar tonen beide niveaus, met erbij dat het om een compenserende relatie gaat.
Ontbreekt er een kenmerk, dan is het profiel dunner en staat dat erbij. Een formule die vijf van de zes kenmerken heeft vastgelegd krijgt een eisenprofiel dat op vijf kenmerken rust en het oordeel noemt welk kenmerk mist. Dat is iets anders dan een volledig profiel en het hoort ook niet als volledig te lezen.